ruggetje

“Het moet voor jou ook altijd anders.”

Een zinnetje dat nagalmt. Het nestelt zich in het slakkenhuis van mijn gehoorgang. Om er zachtjes te echoën.

Het klopt. Ik wil het altijd anders dan de massa. Ik moet er niet aan denken om onderdeel te worden van iets wat niet klopt voor mij. Dan word ik ziek.  Dat komt, doordat ik fijn bedraad ben en de meeste mensen in prietpraat blijven hangen of zich verliest in algemene gesprekken, waar ik niets mee heb. Over het weer of de was. 

Ik kan niets met mensen die de diepte schuwen

Daar is het en nu schreef ik het hardop. Dan doe ik liever dingen alleen. In mijn schooltijd was ik veel alleen dus ik heb veel kunnen oefenen. Mijn klasgenoten op de huishoudschool waren sneller volwassen dan ik. Groter ook. Volgroeid. Met alles erop en eraan.

Voor mij lag het anders. Ik was die smalle bonenstaak van nog geen anderhalve meter, die toevallig van geschiedenis, tekenen en van turnen hield. (En van Ciske de Rat). 

Het klopt niet!

Mijn leven op school speelde zich ondersteboven af. Op een klimrek of ergens  in een boom. Waar mijn klasgenoten elke week kwamen met verhalen uit het uitgaansleven en de ultieme versiertip, kwam ik uit bij de vraag hoe het kon dat de boodschap van zo’n meisje niet overeenkwam met wat ik zag. 

Ik zag namelijk vaak dat het (perfect opgemaakte) gezicht niet klopte met dat angstige lichaam, dat er strak bij zat. Iets trots vertellen terwijl de angst uit je poriën gutst. Zeker toch wel spannend, zo’n jongen.

Pas sinds kort weet ik dat je kunt vervreemden van je lichaam waardoor je tegenstrijdige boodschappen uitzendt en niet meer bij jezelf kunt blijven. Zodat je dingen doet die niet bij je passen.

En daardoor weet ik ook hoe waardevol het ‘terugvinden’ van je eigen lichaam is, ook al was ze er altijd al. Hoe kostbaar de lijn is, die je door je hoofd, hart en bekken loopt. Die lijn die je van binnenuit helpt bij de vraag: klopt het nog voor jou?

Op zijn kop 

Nu ik 53 ben voel ik me weer dat bonenstakerige meisje. Oké, ik ben geen 16 meer, hier en daar verschijnen rimpels en wat rolletjes. Sinds kort sta ik ook weer ondersteboven. Letterlijk en figuurlijk. 

Ik ben leniger, sinds ik weer aan yoga doe. Restorative, met een matje, kussen en veel dekentjes. Volle zachtheid voor mezelf  en vooral geen ingewikkeld zonnegroetgedoe. Met af en toe een “op-zn-kopje” zodat het lekker heen en wer stroomt, van binnen. 

Wel had ik al een tijdje last van rugpijn, dat uitstraalde naar mijn bil. ’s Morgens was ik stram, wat bij de overgang past. Maar wanneer ik even had gezeten was ik weer heel stram. Of ik schoot op slot. Het leek uit mijn weke delen te komen, ik herkende het uit mijn zwangerschap van lang geleden.

Ik-wil-het-niet

Volgens de massa-met-verstand-van-rugpijn-en-overgang moest ik naar een fysiotherapeut. Dat wilde ik niet, omdat mijn lichaam iets anders vertelde. Ergens in mijn lichaam kon ik voelen dat ‘t iets anders was. Mijn rechterheup stond in mijn beleving niet in het lood. En daardoor hing ik een beetje scheef, terwijl ik dat niet in de spiegel kon zien. Hoe leg je zoiets uit? 

Luisteren, kreng

Mijn gevoel bleek te kloppen. Geen fysio maar een osteopaat bevestigde mijn vermoeden. Mijn buik en bekken waren de oorzaak. Dus werd er flink geduwd en geknepen. Het deed zeer en tegelijk was het een opluchting om te voelen dat er iets mijn lichaam mocht worden rechtgezet.  

Terwijl de osteopaat duwde en kneep, stroomden de tranen over mijn wangen. Niet omwille van pijn, verdriet of ellende, het was vooral van mededogen. Trots op mezelf, omdat ik de fluistering van mijn lichaam had herkend, erkend en had geluisterd. Compassie had gevoeld voor mijn middelbare lijf, dat ik koester.

Erkennen en herkennen

Terwijl ik er lag moest ik ook eerlijk naar mezelf blijven en bekennen dat ik niet altijd goed voor mijn lijf heb gezorgd. Ik heb mijn lijf niet altijd de erkenning, de zorg  en de liefde gegeven die het had moeten krijgen. Niet in mijn zwangerschap en zeker niet met alle drank, die ik in haar heb gegoten. Dat kan me nu soms zomaar ineens  overvallen.
Het zij zo. 

Thuis

Tegenwoordig ben ik lief voor mezelf en heb ik beter leren luisteren. En dus wil ik het (nog steeds) graag anders dan de rest. Omdat dat wat de rest wil, niet goed voor mij hoeft te zijn.  

Als 53-jarige kom ik thuis in mijn lichaam. Dat van mij is en me vertelt wat nodig is. Met kleine fladdertjes en soms een dikke grote boer. Of een gaap. Ik vind het fantastisch hoe dat werkt. Mooi is ook dat de vertaling tussen de buiten- en de binnenkant precies klopt. Ik kon de osteopaat namelijk haarfijn vertellen waar ze bezig was.

Ik, die nooit thuis was in mijn eigen vuurtoren ben thuis.
Diep van binnen voel ik een versteviging. Ergens is iets op zijn plek gezet. Recht gezet. Hoofd en hart waren al op één lijn. Nu mijn bekken ook.
Letterlijk en figuurlijk.

Sta jij al op één lijn? Ik ben benieuwd naar hoe jij dat ervaart. Laat je het weten? Je krijgt altijd antwoord. 

Deze post delen?

Meer blogs

Ont-dekselen

Een tijdje geleden werd ik gevangen in een illustratie van Mariët van de Merwe. Haar illustratie van mij, compleet met lampekap als hoofddeksel raakte en

Lees verder »

Wat is nou eigenlijk écht raar?

Mijn eerste maanden zonder ziekenhuiswerk liggen achter me. Ik zag ernaar uit en tegelijkertijd miste ik mijn bijna dagelijkse fietstochtje ernaartoe. Het park vol treurwilgen,

Lees verder »

Dát kan toch niet?

Stel je voor dat je zou ontdekken dat je al goed bent, zoals je bent. Dat je leven bedoeld is om vrijuit te leven, je

Lees verder »

Wie kan sturen…..

Wanneer jij je verbindt met een waarde, kun je beter sturen in de richting van de JA en blijf je weg van de dingen die je niet meer wilt

Lees verder »