unicorn

Speerpaardje

“Jij werkt dus met voorwerpen,” zegt Annie, mijn innerlijke critcus. “En ik zie het je vaak doen, maar waarom is dat eigenlijk?”

Tja. Ik kijk naar de grond en mijn brein rammelt alle kanten op. Vindt geen haakje en slaat vast. Mijn hoofd wordt warm. 

“Voorwerpen liegen niet,” zeg ik zachtjes. “Voorwerpen weten alles, zien alles en ze hebben een milde blik op wat je doet. Net als mensen hebben ze wensen of verlangens, die niet altijd gehoord worden. Als je luistert, leer je dat er onder de boodschap van zo’n voorwerp altijd een wens van de eigenaar aan ten grondslag ligt.”

Terwijl ik het uitspreek, voel ik hoe vreemd het moet klinken. Tegelijk tintelen mijn voeten en dus is het zo. Ik weet het ook, want zo werkt het. “Bovendien is het fijner om iets moeilijks vanuit de derde persoon te vertellen,” vervolg ik. “Met een soort hulpje.”

Tegelijk voel ik kippenvel opkomen. Bám. Dat is het. Veiligheid. 

Derde persoon?
Ondanks kippenvel en mijn tinteltenen neemt mijn hoofd ene loopje met me. Daar is het nu eenmaal voor gebakken. Hoe kan het toch dat ik de grootste moeite heb om een normaal verhaal neer te pennen, terwijl het me geen enkele moeite kost wanneer ik het mag schrijven vanuit het perspectief van een zeepje of citroen? 

Het piekeren houdt aan, tot ik ergens in oude schriften blader en een volledig herziene versie tegenkom van een scène uit Romeo en Julia, geschreven vanuit het perspectief van een regenworm die zich ophoudt in een fietsenstalling in Amsterdam Noord.

Op slag vallen er kwartjes, want ik weet nog precies in welke hoek de worm heeft gestaan en wat hij voelde, toen hij zijn woorden uitsprak.

Schrijven vanuit het perspectief van een voorwerp is dus blijkbaar mijn ‘ding’. Mijn moeiteloze briljantiteit want het kost me geen enkele inspanning.

Maar waarom dan? En zo vaak?
Toen ik nog wat dieper ging graven vond ik het antwoord.  Voorwerpschrijven heeft alles te maken met een ingrijpende gebeurtenis in mijn leven: het overlijden van mijn vader.

Een week voor ik zeventien werd, overleed hij plotseling. Een hartstilstand. De avond ervoor hadden we ruzie gehad over een bord spruiten. Ik heb geen afscheid van mijn vader kunnen nemen en met die ruzie is het niet meer goed gekomen.

Briefjes en een geldkistje
Pas toen ik veertig werd, kon ik er iets over schrijven, met behulp van kleine papiertjes die ik in een oud, afgesloten geldkistje had gevonden. Ergens in een donker hoekje op de zolder.

Soms was het een post-it geweest, met alleen een emotie erop geschreven. Of een briefje aan mijn vader, in derde persoon enkelvoud, geschreven vanuit het perspectief van zijn oude grasmaaier, die hem lieten weten dat hij werd gemist.

Diezelfde briefjes hielpen mij toen ik veertig werd om de nacht waarin mijn vader overleed, voor het eerst echt op te schrijven. Zonder dat ik er helemaal in hoefde “terug te zakken”.

Voorwerp = veilig
Schrijven vanuit een voorwerp is dus ontstaan vanuit een zoektocht naar veiligheid, die ik niet vond in de volwassenen om me heen. Scholen waren niet ingesteld op rouw: er was geen ruimte om mijn verdriet te verwerken. Thuis was niet de plaats waar over gevoelens werd gesproken. Dus werd ik meester in het ontvluchten van gevoelens.

Die derde-persoon-enkelvoud is heel lang mijn reddingsboei geweest. Mijn magische beweging, in systemische taal. Op die manier vertelde ik mijn verhaal, maar nooit direct. Zo was het minder pijnlijk.

Voorwerpen liegen niet. Ze zien dingen van jou en kunnen je dat teruggeven. Het hoeft zelfs geen oud voorwerp te zijn: iets nieuws kan jou ook feilloos ‘lezen’. 

Ervarings(des)kundig
Niet alleen mijn klanten krijgen boodschappen van hun voorwerpen: ik krijg ze ook. Zo liet mijn drakenboek laatst weten graag samen te werken met mijn schrijfboekje, omdat het hem een gevoel van vrijheid oplevert. Zo zie je maar. 

Dit weekend had ik een nieuwe ervaring, doordat mijn bedrijf en ik een briefwisseling hielden, waarin 
diepgewortelde overtuigingen boven water kwamen.  Over dat wanneer iets moeiteloos gaat, het vast geen waarde heeft.
Het is onzin en bovendien niet waar.

De angel van moeiteloosheid is, dat we er geen waarde aan hechten. Dat wanneer we iets gemakkelijk en met drie vingers in ons neus kunnen, het als goedkoop trucje beschouwen en onszelf als charlatan, oplichters gaan zien. Door-de-mand-vallers eerste klasse. 
En ook dat is complete onzin. 

Want wat jij moeiteloos kunt, is voor iemand anders goud waard. 

Speerpaardje
Werken met voorwerpen is wat ons dus drijft, Fijnbedraad en ik. Anders gezegd: het is onze drijfsijs.
Ons speerpaardje. En ja, dat is een woord want mijn bedrijf schreef het precies zo. Niks stokpaardje of speerpunt. Speerpaardje it is. 

Voorwerpen als co-coaches
Ik geloof dat een voorwerp helpt om een verhaal te vertellen dat lastig te verwoorden is. Ik geloof dat een voorwerp jou helpt om woorden te vinden bij iets wat zich lastig in taal laat vangen. Ik geloof dat het je helpt om iets wat je in de weg zit, vóór je te laten werken. 

Hoe zit jij erbij, op  momenten dat je in flow bent, of in uitzinnige vreugde? Dat weet je zelf niet, maar zo’n voorwerp weet dat wel. En wanneer het jou daar iets over teruggeeft, kun jij het vóór je laten werken, in plaats van dat het je in de weg zit. 

Voorwerpen werken altijd met liefde, om je te helpen jouw wensen en verlangens naar boven te halen waar ze gezien en gehoord kunnen worden. Omdat je hoofd het heel goed kan bedenken, maar niet de mogelijkheden heeft om af te dalen richting je buik of je bekken. Waar een wereld te ontdekken valt. Jouw binnenwereld.

Daarom lief mens, schrijf ik graag met voorwerpen.
En met jou.

Geen speerpunt of stokpaardje: gewoon een speerpaardje

Deze post delen?

Andere blogs

Dát kan toch niet?

Stel je voor dat je zou ontdekken dat je al goed bent, zoals je bent. Dat je leven bedoeld is om vrijuit te leven, je

Lees verder »

Wie kan sturen…..

Wanneer jij je verbindt met een waarde, kun je beter sturen in de richting van de JA en blijf je weg van de dingen die je niet meer wilt

Lees verder »