Plaatje

Soms begint een verhaal met een plaatje. Het gaat een eigen leven leiden. Eerst binnen m’n hoofd én later ook erbuiten.

Ik was zomaar een beetje aan het neuzen op Funda. Geen idee waarom, geen verhuisplannen want we wonen prima. Mijn oog viel op – nee plàkte vast aan – het plaatje van een gedateerde boerderij met wat bijgebouwen ergens in een Noord-Hollandse polder.

Het beeld liet me niet meer los. Normaliter ben ik al een fervent dagdromer, nu zweefde ik compleet. Wat als? Ruimte? Groen? Wonen op een miniatuur eilandje (want zo ligt dat in de polder, met ‘n idyllisch bruggetje met hek ervoor) leek me geweldig. En leek me eveneens Coronaproof.

Ik besprak mijn droomwolk met een goede vriendin. En zij deed wat goede vriendinnen doen.

Ze luisteren.
Kijken soms ‘n beetje scheef maar slikken die eerste vraag nog even door.
Zeggen wederom nog even niks.
Slikken een volgende vraag weg.
Luisteren nog wat langer. Vervolgens stellen ze het volgende voor: “Ga er heen, lieverd. Ga kijken. Pak je fiets. Het is 8km, dan heb je ‘n leuk tochtje en morgenavond wil ik er alles over weten.”

Dat is wat we deden, de handige man en ik. We fietsten erheen. We keken. We schrokken. Want veel (heul veul) klusserij. Nog eens gekeken. Geknikt naar de buren die ons bekeken. De bomen op ons eventuele woonwijland geteld. Het waren er veel. Het bruggetje een hand gegeven.

En nu? Het kolkt. Het bonst. Er zijn vooral veel vragen. Over onderhoud, asbest en de grond. We zijn niet zo goed in stappen nemen of besluiten, manlief en ik. Eén ding kunnen we dan wél weer heul goed en dat is verbouwen.

Ik schreef er destijds een boek over.

Over de vloer

Die droomboerderij? Wordt vervolgd. Of niet.