Vakantieman

Oktober 2015

Bijna dreig ik mijn evenwicht te verliezen. De ruimte draait om me heen en even ben ik bang om te vallen. Tot ik de greep om me heen voel verstevigen en ik weet, dat ik niet bang hoef te zijn.

Mijn zoon, inmiddels ruim een meter tachtig lang met een stem van een bariton en de stelten van een ooievaar, wandelt met het gemak van een doorgewinterde reiziger door de aankomsthal van Schiphol. Hij is op reis geweest, op uitnodiging van onze achterburen. Nou ja buren, wanneer je het ziet gebeuren dat je kind in een ander huishouden zover wegwijs is geraakt dat hij geheel zelfstandig zijn weg in de koelkast aldaar kan vinden, spreek je niet meer over gewone buren. Dan is het een soort van surrogaatfamilie geworden. Zo voelt het ook. En het is wederzijds.

Tien dagen lang is onze puber naar Amerika geweest. Voor het eerst gevlogen en meteen tien uur achter elkaar. Achtduizend kilometers waren we van elkaar gescheiden en tegelijkertijd door duizend onzichtbare draadjes verbonden. Hij heeft enorme pretparken bezocht en gezwommen in de Atlantische oceaan. Hij heeft indrukken opgedaan die hij de rest van zijn leven niet meer zal vergeten. Iedere minuut heeft hij intens beleefd, opgeslagen en ervan genoten. Een unieke ervaring en aan de zijlijn mochten wij met hem meegenieten.

In de aankomsthal wil ik hem het liefst om zijn hals vliegen maar beheers me, houd afstand met respect voor zijn puber welzijn. Voor ik het in de gaten heb komen mijn voeten echter los van de grond en dansend draait het kind mij in het rond. Even moet ik lachen en huilen tegelijk. Om mijn ontroerende puberzoon, die het predicaat servet nog niet helemaal kwijt is geraakt maar zo ontzettend hard op weg groeit, richting tafellaken.

Pronk

Iets meer dan twee jaar geleden stond ik met mijn één meter zestig in de boekwinkel. Nu is dat op zich niet zo bijzonder, ik kom er vaker. Het bijzondere eraan was, dat in juni 2018 mijn eigen boek mooi lag te zijn in de etalage. Notabene náást Hendrik Groen. Het was een geweldige ervaring geweest om dit boek te maken. Leerzaam ook, niet in het minst doordat ik geduld leerde kweken.

In februari van dat jaar raakte ik namelijk mijn volledige manuscript kwijt. En dan ook echt kwijt, foetsie, de groetjes. Weg. Opnieuw beginnen met schrijven leverde lucht en ruimte op, waarmee ik het hele verbouwingsproces nog eens kon laten passeren. Geestelijk en schriftelijk. Het schrijfproces nodigde daarbij uit om opnieuw te voelen. Het huis was weliswaar al een tijdje klaar, maar ook na de oplevering in december 2012 werd het nogmaals verbouwd. In kleine setting maar met groot effect. In materiaal en in gevoel.

Mijn moeder, destijds in 2011 ook mijn buurvrouw, heeft namelijk  niet lang van haar kant van het verbouwde paleis mogen genieten. Ze werd al gauw ernstig ziek en overleed. Ons huis, een dubbelkapper, werd in de herfst van  2013 getransformeerd naar éénkapper. De tussenmuur werd gesloopt, waarmee ons huis voor het eerst in de geschiedenis (anno 1911) echt één geheel werd. Het betekende afsluiting van een tijdperk waarin ik in mijn ouderlijk huis woonde en het betekende het inluiden van een nieuw tijdperk. Wonen met alleen mijn gezin. Losgeweekt.

De laatste maanden ben ik zoekende. Niet dat ik kwijt ben want dat kan niet maar ik ben een beetje aan het puzzelen. Noem het een mijlpaal, een leeftijdszoektocht. Dit jaar ben ik vijftig geworden en ik merk dat ik op zoek ben naar diepgang. Wat wil ik nog doen, zien of beleven? Wat zijn mijn drijfveren, mijn vaardigheden en mijn talenten?  In dit proces, de derde helft, vergeet ik echter steeds mijn mooiste talent te benoemen. Mijn schrijfkunst. Met gevoel en de boodschap tussen de regels doorgeweven.

Tijdens die zoektocht bedacht ik me deze week dus ook dat ik potjandikkie gewoon een boek heb geschreven. En daar praat of schrijf ik dus niet over. Met niemand. Anno 2020 ligt mijn boek in een laatje achterin de kast. Mijn ervaring hangt ergens in een stoffig hoekje van mijn hoofd te verslonzen. Ik noem mijn boek verder nergens: niet in een kennismaking, niet in een CV of in een kopregel. Idioot, eigenlijk.

Is het ontkenningsdrift? Neen. Ik houd gewoon niet van pronken. Dat vind ik moeilijk. Ik heb een broertje dood aan zelfpromotie. Ik zie het te vaak bij anderen en ik vind het dan  al gauw overdreven en teveel. Dat wil ik niet. Het feit dat ik het nooit benoemd maakt me  wel een slechte verkoper van mij en mijn producten. Tegen mezelf vertel ik dat ik niet in een winkel werk, dat ik niet aan marketing doe en dat ik werk ik in de zorg.

Dus bij deze: hallo, lezer. Ik ben Odette. Ik schrijf. Daar ben ik in 2006 mee begonnen toen ik de opleiding tot doktersassistente ging volgen. Het schrijfproces is nooit meer gestopt. Schrijven ordent mijn hoofd, geeft me lucht en geeft me ruimte. Ik schrijf over het leven, over leren, ontwikkelen, vallen, opstaan, moederschap, verbouwingen, onwillige automobielen, relaties, verbindingen en over liefde. In 2018 schreef ik een boek, “Over de vloer,” dat je hier kunt bestellen 😉. Binnenkort start ik een nieuw schrijfonderwerp.

Zelfvertrouwen lijkt me wel een mooie.