Eigen wijs

Ik heb vakantie. Dolce far niente. Ik lees veel en ineens drong het besef tot me door, dat lezen eigenlijk mijn echte grote liefde is, zal zijn en zal blijven. Zonder vaste verkering. Je kon me vroeger uittekenen met een boek. Zittend op de grond naast de kachel, of op mijn kop op de bank, knagend aan een broodje Nutella.

Een meisjes-meisje was ik niet. Ik had een enorme hekel aan poppen (nog, sorry) en aan zorgen voor. Ik kon niets aflezen aan een poppensmoel, zoals ik dat bij een mens wel kon. Bij een volwassen mens klopte dan ‘t smoelwerk  weer niet altijd bij hetgeen gezegd werd, maar dat was weer een ander verhaal. Zorgen was iets voor echte moeders en ik voelde me absoluut geen moeder. Ik deed andere dingen. Nuttige dingen. Ik was onderzoeker én ontdekkingsreiziger, met mijn boeken.

Toch kreeg ik een poppenwagen. In stil protest wandelde ik niet (nóóit) met een pop, wél met onze cavia, in navolging van een vriendin die net als ik niet echt van poppen hield en wel van dieren. Samen liepen we ellenlange rondjes om de wijk. De cavia’s vonden het best, bleven netjes zitten, tot hilariteit van de buurt.

Naast het rondrijden van cavia’s had mijn poppenwagen nóg een functie. Ik kon ermee lezen. Buiten de deur, ver van het gezeur en het gedoe van de grote mensen(wereld). Mijn poppenwagen werd een mobiele leesplek, met bescherming tegen zon, wind en regen. In het mandje onderin legde ik verschillende boeken (zo had ik altijd iets te kiezen). Vervolgens ging ik wandelen en had ik eenmaal een fijne plek gevonden dan was het een kwestie van de handel neerklappen en zitten maar.

Soms was ik zoek en regelmatig kwam ik te laat binnen voor het eten. Tja. Trek je snufferd maar eens uit een goed boek, als je lekker onderweg bent. Mijn moeder zal het op een gegeven moment toch een beetje zat zijn geweest en verordonneerde dat ik voortaan dichtbij huis zou parkeren.

Aldus geschiedde. En ik las nog lang en gelukkig.