Keukensleutelen

Tomaten. Ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. In het voorjaar kreeg ik tomatenplantjes voor eigen kweek. Zonder vertrouwen plaatste ik ze met wat aarde in dezelfde teil als waarin ik vroeger in bad ging.

Vroeger groeiden er kilo’s tomaten in vaders plantenkas in de tuin, (nu mijn tuin) samen met blauwe en groene druiven en vele groenten. Er waren trostomaten, vleestomaten en toen al, in de jaren zeventig,  probeerde mijn vader kleine kerstomaatjes te kweken. Vader stekte zelf jaarlijks de verscheidenheid aan planten, entte wat, keek ze vervolgens omhoog tot ‘t spul levensvatbaar was en verpotte het zaakje vervolgens in de kas.

Destijds had ik een hekel aan tomaten. Vanwege de vieze lucht die die van de plant en van de vrucht af kwam. Zuur. Viezig. Toen al gaf ik de voorkeur aan druiven. Tegenwoordig ruik ik, als ik m’n neus waar dan ook in een stronkje tomaten steek, natuurlijk maar één ding. Mijn vaders plantenkas. Zo dierbaar.

En nu ligt zowaar een schaal met prachtige tomaten voor mijn neus te glimmen. Uit mijn eigen teel teil. Vanbinnen glim ik ook een beetje. Het voelt alsof mijn vader dichtbij me is. Toch eet ik nog steeds niet zoveel tomaten zodat de voorraad vlot op komt. Aangezien mijn rode vriendinnen biologisch zijn geteeld ga ik ervan uit dat ze geen weken goed blijven. Ik besluit mijn tomatenkinderen daarom vandaag de Italiaanse behandeling te geven.

Elk jaar krijg ik prachtige vleestomaten vanuit Italië. Volgroeid op een rustige berg ergens in de buurt van Pisa, gekweekt con amore é tanto sole. Ze komen bij mij via onze half-Italiaanse buurtjes, nadat ze hun vader en moeder (ook opa en oma) in Benabbio hebben bezocht. Ik prijs me gelukkig dat ik de tomaten elk jaar mag ontvangen.Ze zijn heerlijk en dienen als troost in donkere dagen.

De Italiaanse behandeling bestaat er namelijk uit, dat ik de tomaten in plakjes gesneden een dag of wat, bestrooid met kruiden, laat garen in mijn heerlijke oven (want breed en gemakkelijk drie platen tegelijk bakken of smoren). De tomaten worden hierbij liefdevol begeleid door Puccini. Ik vind namelijk dat ze tijdens het gaarproces wel een beetje Italiaans mogen blijven horen.

Gepureerd zijn deze tomaten heerlijk als basissaus. Ingevroren kan ik dus met Kerst ook nog zomerse tomatensaus op tafel toveren. Dit wilde ik ook wel met mijn eigen Amsterdamse tomaten. IJverig ging ik dus aan de slag en al gauw had ik een middelgrote plaat bedekt met tomaten, verstopt onder een laagje uien, knoflook, basilicum en tijm. Puccini stond klaar.

De oven klikte, evenals de stoppenkast. Dat was ‘t.
Het overlijden van mijn heerlijke, brede Ikea køkensløtel øven uit 2011, jaar van de verbouwing, was een feit. De tranen liepen inmiddels over mijn wangen. Het is namelijk niet zomaar een oven, dit apparaat is mijn symfonica del cucina.

De meneer controleerde nog heel lief  de aard(lek) en alle draadjes IN de oven om te zien of een reanimatie nog tot de opties behoorde.
Helaas. De oven is en blijft dood.

Nu liggen m’n tomaatjes uit de teil in de kleine oven te sudderen. Het is toch niet helemaal hetzelfde en ook Puccini ontbreekt. Mocht het gepureerde tomatenprutje later toch niet smaken dan weten we natuurlijk allemaal dat dat aan die oven ligt. Aan mijn teelteil gaat het namelijk niet liggen.

Intussen klik ik me een ongeluk op keukensites. Op zoek naar een betaalbare, degelijke negentig centimeter brede vijfpitter-met-wokbrander-en-oven. Een zoektocht. Meer nog, een missie. Maar ik kan het, want ik deed het eerder.