Odette Wolff
Odette Wolff

Sinds 2010 draag ik de naam Lettersmid. Ik schrijf over alles wat in mij leeft. Het liefst vind ik woorden die nog niet bestaan, waarbij ik me niet laat leiden door grammatica of spelling.

Verbinding

De oorlog was nogal een beladen onderwerp, in mijn jeugd. Als kind kon ik voelen dat er een koude wind door de kamer blies, wanneer ’40-’45 ter sprake kwam. In mijn vaders hemelsblauwe ogen ontbrak dan de bekende twinkeling.

Zowel aan mijn vaders kant als aan moeders kant werd verlies geleden. Oma, de moeder van mijn vader en tevens onze buurvrouw, deed op haar beurt ook een duit in het zakje. Ik vond het als kind een gedoe, begreep er weinig van. Het was mei, voorjaar, hoe kon het leven dan zwaar zijn? Toch deed ik mee aan de stilte, de bedrukte stemming en wanneer de hongerwinter of andere oorlogstijd boven tafel kwam, voelde ik als vanzelf een plaatsvervangend verdriet over mijn schouders glijden.

Gisteren vond ik een foto van mijn vader uit 1941. Net als ik was hij niet lang. In dezelfde doos als de foto vond ik een persoonlijk registratiebewijs uit de oorlog. Met een geboortedatum van mijn vader die drie jaar later was dan hij zou moeten zijn. Ik begreep er niets van, zat te rekenen en te puzzelen. Even later ging me een licht op.

Ik herinnerde me ineens dat er in ons huis (vóór de twee verbouwingen) een tweetal schuilplaatsen bestonden. Eentje onder onze trap, met een ingehakte nis. In mijn kindertijd werd het een overwinterplek voor de bollen uit mijn vaders tuin. (En nog later werd het een van mijn leeshoekjes). De andere schuilplek bevond zich in de kast in de voorkamer bij mijn oma. Heel vroeger was het een bedstee geweest, die later tot kast/schuilruimte werd omgebouwd. Een klein stukje geschiedenis is bewaard; in onze meterkast is het petroleumgroene schilderwerk dat de bovenzijde van de kast en dus ook van de schuilplek markeerde, nog altijd zichtbaar.

De twee schuilplaatsen waren met elkaar verbonden, zodat er een vluchtweg ontstond als het huis doorzocht werd. De vluchteling (mijn vader in dit geval) had in dat geval nog een kans. Mijn vader was 13 toen de oorlog uitbrak. Ze hebben drie jaar van zijn leeftijd afgesnoept om te voorkomen dat hij gedeporteerd werd om in Duitsland te gaan werken. Toen ik het registratiebewijs vond, kwam ook dat deel van het verhaal weer naar boven.

Het voelt vreemd om dit papier, de foto en daarmee een stuk geschiedenis uit het leven van mijn vader en dus ook dat van mij, in mijn handen te houden. Voor het eerst in jaren voel ik dat mijn vader niet alleen maar ‘de dode vader’ is. Voordat ik er was was hij nog zoveel meer en toen ik er wel was, ook. Ik voel me verbonden met hem, ook al is hij er niet meer. Door onze (voor)ouders leven wij immers voort.

Daarnaast voel ik nog een onzichtbaar lijntje opgloeien. Net als mijn grootmoeder heb ik één kind. Ook een zoon. Hoewel ik altijd heb gedacht dat ik mijn oma te kort gekend heb om haar als volwassen vrouw te doorgronden, voel ik me vandaag zomaar ineens meer met haar verbonden dan ooit.

Meer blogs:

Pijn

Daar komt Pijn om de hoek zetten. Ze klopt op de deur. Ik doe net of ik haar geklop niet hoor. “Sla

Breuk

Een houten gebouwtje, mijn oude kleuterschool. Het stond destijds op een hoek van de straat waar nu een onoverzichtelijk kruispunt ligt en

Cornelis

Sinds een week is Cornelis in mijn leven gekomen. Eerst heette hij Cornelia maar dat vond ik te statig voor zo’n cactus.

Word fan!

Select list(s)*

Loading