Bijna 50 jaar overhoop liggen met de vraag “wie ben ik nou écht?”
Ik was een eigen-aardig kind.
Ook later als volwassene begreep ik niks van de wereld. Intussen was ik kampioen meebewegen geworden, dus er was nog weinig over van wie ik zelf was. Tegelijk heul handig: wanneer je meebeweegt komt je eigen shit nooit aan bod. Vooruitschuiven met die hap.
De verbinding met mezelf was een Wifi verbinding in de Pantanal: afwezig. Ik vergat wie ik was geweest en bij wie ik écht hoorde. Mocht ik er überhaupt wel zijn?
Mijn bruisende ik verdween in verslavingen. Het leven werd vlak, terwijl ik als kind juist zo speels en uitbundig was geweest.
In 2020 kwam ik thuis. Bij mezelf en in mijn lijf. Dat gebeurde toen ik een kano werd in een speelse oefening. Ik merkte dat ik in dingen kon opgaan, zonder de verbinding met mezelf te verliezen. Precies zoals ik had gedaan als kind.

Hupsend op de vloer als kano ontstond er een diep verlangen om mezelf uit mijn polyester harnas – wat ik notabene zelf had gecreëerd – te bevrijden. Als kano leerde ik dat de menselijke ervaring ontstaat, wanneer we iets durven voelen. Ik ontdekte wat er gebeurt als je met je gedachten een oordeel op dat gevoel of die ervaring legt. Wanneer je ergens iets van gaat ‘vinden’. Daar ontstaat het circus van de gedachten, het rariteitenkabinet dat vergadert en dáár begint de ellende.
Als mensen zijn we geneigd ons ego op te blazen, het hoofd belangrijker te maken dan het is, het op alles voorrang te geven. We dénken dat wij ons door het leven bewegen. Wat als het andersom is? Wat als ons lichaam als poort dient, waar het leven doorheen stroomt? Als ketting van ervaringen en gevoelens, die we alleen maar hoeven voelen en weer mogen laten gaan?

Ik ben nooit meer gestopt met spelen want zo kan ik elke emotie en gedachte door me heen kan laten stromen, zonder dat het me overweldigt. Dat geeft me bakken energie en vrijheid!
Door met gedachten en ‘gedoetjes’ te spelen en ze een stemmetje of karakter te geven, maak ik contact met het speelse kind in mij. Dan ís het leven niet moeilijk. Spelen combineer ik met schrijven: zo geef ik dingen een plek.
Mijn twee kernkwaliteiten fantasie en verbeelding heb ik lang onderdrukt, omdat ze er niet mochten zijn. Daar kon je niks mee. Hatsé! Het zijn de drijvende krachten in mijn bedrijf.
Ik bekijk de dingen anders: als vlakjes van een kubus. Elke kant is er en mag gezien worden, waarbij ik mijn energie te volgen heb. Daardoor ervaren mensen mij soms als wispelturig en tegenstrijdig. Zelf noem ik dat kwispelturig. Wanneer mijn neus er niet meer van gaat krullen, ben ik weg.
Toedels.
Slimmerd! Tot gauw, ik bak koffie en zet vast taart.
Oprechte aandacht en veiligheid zijn mijn basis. Mijn halve leven was ik kampioen meebewegen dus ik denk en beweeg graag met je mee. Hoe is het om jou te zijn? Ik huppel naast je terwijl ik mijn eigen pad volg. Als ik halverwege ontdek dat jouw vraag heul ergens anders over gaat, stuur ik bij. En ja, jij volgt. Je hart zingt mee.
Mijn hoofd is een pretpark vol glitterglijbanen met ingebouwde ideeënfontein. Je kunt het zo gek niet bedenken of het woont in mijn hoofd. Mijn bedrijf is een snoepwinkel vol out-of-the-boxjes en verfrissende bruisjes. Met een radar voor zuigtabletjes.
Ik ben fijnbedraad en dat is een zelfbedacht synoniem voor hoogsensitief en hoogbegaafd. Taalkundig gezien ben ik een letterlijknemer dus elk woord doet ertoe en kan iets anders betekenen. Daarom bedacht ik het woord fijnbedraad want termen als ''hoog' en 'laag' zeggen me niets.