De eerste keer dat ik een zeepaardje zag, was ik boos. Razend.
Met mijn kindergeest had ik op een paard gerekend. Eentje die door het water galoppeerde, misschien zelfs met de prins er nog op. Mijn fantasie was toen al grandioos. Hoe klein, graterig en lullig bleek het beestje dat mijn moeder me aanwees op de houten lambrisering van het Amsterdamse aquarium.
Was dat nou alles?
Teleurgesteld keek ik naar mijn moeder, die lachte. Ik dacht dat ze me uitlachte, dus ik werd boos. Mijn moeder vertelde me, dat ze precies zo had gekeken toen ze zelf voor het eerst een zeepaard had gezien. Wat zij zag was haar eigen herkenning.
Jaren bewaarde ik die teleurstelling, tot het zeepaard weer opdook. Tien jaar geleden zat ik in de ondernemingsraad van het ziekenhuis waar ik werkte. We waren op cursus en op een gegeven ogenblik lagen er dierenkaarten op tafel. Elk mochten we een kaart kiezen die ons aansprak, zonder uit te leggen waarom.
Er lag een aap, een zebra en een zeepaardje. Eigenlijk wilde ik de aap pakken maar een stemmetje hield me tegen. Die is voor je moeder: kies nou iets anders.
Pakte het zeepaardje. Vanbinnen voelde ik iets wat ik toen nog niet zo goed kon benoemen. Vreugde, vermengd met een gevoel van teleurstelling vanuit het aquarium. De verwondering over zoveel gevoelens tegelijk, vanuit één kaartje. Alles tegelijk, zoals dat bij mij gaat.
Voor opvallen staan
“Door onze uiterlijke verschijning en doordat we anders zijn, vallen we op. We staan voor wie we zijn.”
Zeepaardjes zijn bijzonder. Het kan verticaal zwemmen. en zijn ogen bewegen los van elkaar. Kleur en patronen van zijn huid kunnen veranderen. Hij heeft geen maag en geen tanden. Hij ziet eruit als prooi, maar is het nooit, door zijn graterigheid. Wordt hij toch gevangen? Dan wordt ie meestal weer gauw uitgespuugd. Het zeepaardje geeft vaderschap vorm, op eigen-wijze. Het mannetje is namelijk het enige wezen ter wereld dat kindertjes voortbrengt. Moeder zeepaard deponeert haar eitjes in een vruchtzak bij Vader Zeepaard en als de kindertjes rijp zijn, stoot hij ze naar buiten.
Mijn vader is vroeg overleden en achteraf kan ik zeggen dat hij zijn vaderschap op een bijzondere manier heeft vormgeven. Postuum.
Onmiskenbaar aanwezig, alleen zag ik dat toen nog niet
Begreep ook niet waarom ik juist die kaart had gepakt. Het had net zo goed dat stokstaartje kunnen zijn of een zebra. Tot mijn collega’s zich uitspraken.
Jij bent bijzonder voor ons: we kennen er maar één die zo kan kijken. Die haar oogjes tegelijk kan inzoomen en uitzoomen. Net zoals dat zeepaardje: alle kanten op. Dat is iets wat jij ook doet: dat is een talent. En hoe zwaar de storm ook is: jij blijft waar je bent. Net als het zeepaardje dat zich vasthoudt aan het zeewier.
Eerlijk gezegd wist ik niet wat ik ermee aan moest, want ik geloofde het niet. Ik dacht dat wat ik deed normaal was. Kwestie van goed kijken. Cijfers liegen niet. Taal is niet moeilijk. Inzoomen en uitzoomen. Kon toch iedereen?
Het zou nog vier jaar duren eer ik het woord krachtdier leerde kennen en ik zou begrijpen dat die kaart op tafel geen toeval was geweest. Dat het zeepaardje mij al al kende, terwijl ik hem alleen als dat kleine, graterige beestje op de lambrisering van een aquarium had onthouden.
Anno 2026 staat mijn huis ermee vol
Vorig jaar viel er eentje van de trap. Ik had hem in het Zee-aquarium gevonden, in een glazen bolletje met glitters. Zo’n bol die je opschudt en alles gaat dwarrelen. Ik was er verdrietig om. Heel naar. Maar toen ik met hem in gesprek ging, bleek zeepaard juist blij te zijn.
Hij had al jaren buiten dat glas willen vertoeven, omdat de ruimte hem beperkte. En waar ik niet in de gaten had gehad dat ik mezelf enorm beperkte met mijn mobiele telefoon, schreef hij mij weer vrij.


————————————————————————————————————–
Ha Det,
Seepaerd hier. Ik sta voor je neus, je hebt me weer teruggevonden. Ik lag tussen de Bretonse schelpjes. Wat een meur, zo boven water. Maar afijn: laat me je niet beletten.
Je wilt iets van mij. Antwoorden. En dat is geinig want jij bent van het niet-weten. Dus dat je het nu toch wilt weten en in een vorm wilt gieten, vind ik grappig.
Je hebt op de vorige bladzijde uiteengezet hoe ik leef, normaliter. Ik wijk af van de norm en van vorm. En toch ben ik er nog steeds. Ook met mij wist en weet je het niet. Ooit zat ik achter glas en in water. Met glitters. Ik weet niet meer precies waar ik vandaan kwam. Ik gok op het Zee-aquarium van Bergen aan Zee.
Vorig jaar deed ik onverwacht mee in een sessie en toen liet je me per ongeluk van de trap vallen. Glas in je teen, je hing nog een briefje op met “stofzuig mij” op de trap. Eindelijk mocht ik ook mijn zegje doen: buiten de bubbel. Ik ben nooit meer gestopt met praten alleen hoor je me niet.
Je zit zo vaak op je telefoon en op de computer: je verdwijnt erin. Ik kan je niet bereiken. Hoe ironisch is dat eigenlijk? Ik prijs me gelukkig dat je me vandaag even beetpakte. Kijk eens goed naar mij en houd me ook stevig vast. Naast mij heb je een stuiterbal gelegd. Als je mij oppakt, rolt het balletje meteen weg. Heb je dat in de gaten?
Zo is het ook met je aandacht en je binnenwereld. Zie mij als je binnenwereld. Ik ben er altijd. Maar ben jij er ook? Zie je nog wat in je leeft? Kun je daar nog bij? Rollen er geen dingen weg? Je voelt veel lucht in je lijf. En eerlijk gezegd dat ik dat het klopt: gebakken lucht.
Waar gaat het je nou echt om? Heb je dat nog wel helder? Los van de glitters van de buitenwereld die er ook zijn? Hoe zit het met de stuiterballen die op je afkomen en die jij op je af laat komen? Ik bevat nog steeds glitters: die pakt niemand mij meer af. Met mijn staartje blijf ik onverwoestbaar dobberen in de zee van emoties, content en website ideeën.
Wat doe jij? Wat wil jij? Waar gaat het jou om?
Liefs,
Seepaerd
——————————————————————————————————
Manivest
In de maand mei schrijf ik een Manivest. Over alles waar ik waarde aan hecht, waar ik in geloof, waar ik voor sta en wat ik beloof. Het wordt een groot en lang vest, dus het zal effe duren. Geeft niet: ik heb de tijd.


