Ik noem mezelf vaak een kind van negen, vermomd als volwassene.
Dat zeg ik niet als grap maar omdat het klopt. Dat speelse kind in mij is namelijk degene die vragen stelt, zonder te weten of ze welkom zijn. Die ergens naar binnen gaat, omdat ze nieuwsgierig is en niet omdat het op de planning stond. Mijn innerlijke negenjarige treedt de wereld tegemoet vanuit beschikbaarheid en wordt gedreven vanuit een nieuwsgierig, onderzoekend niet weten.
Dat noem ik geestdrift
Het brengt me op plekken waar ik – wanneer ik erover ga denken – niet zo gauw naartoe ga. Maar wanneer ik er dan tóch ben, wint de nieuwsgierigheid en ontmoet ik mensen die ik normaliter misschien voorbij zou lopen. Voer ik gesprekken die ik normaliter niet zou hebben. Geestdrift leidt me tot de ontvangst van onverwachte en liefdevolle lessen uit het leven zelf. Pure cadeautjes.
Als kind beschikken we over die natuurlijke nieuwsgierigheid. Wanneer we volwassen worden, zijn we geneigd diezelfde nieuwsgierigheid om te labelen naar iets anders.
Naïviteit. Onvolwassenheid, niet serieus zijn.
Een kind mag nieuwsgierig zijn: dat is schattig en lief. Later als we groot zijn wordt er iets anders verwacht. Dan moeten we presteren, leveren, weten. We verleren ons natuurlijke verwondervermogen en missen de vragen die ontstaan vanuit oprechte nieuwsgierigheid.
We leren om het pad te volgen, in plaats van om erlangs te blijven kijken.
Sinds een tijdje volg ik mijn eigen bochten. Omdat ik heb ondervonden dat dáár mijn goud ligt. De mooiste dingen gebeuren op de plek waar ik dat het minst verwacht.
Verwondering
Op de pont naar de stad zag ik dit weekend een kleine, dunne vrouw van wie een kracht uitging die er niet om loog. Ik keek naar haar en voelde die kracht vanuit verwondering. De pont legde aan en waaierde haar mensen uit over de kade.
Fietste naar de Noorderkerk: verwonderd over de groene verkeerslichten. Het plan was om een gekleurd en te krap vestje terug te brengen en in te wisselen voor een andere. De werkelijkheid bleek anders: ik bleef steken op de hoek van de Buiten Wieringer met de Haarlemmerstraat. Bij een zee aan miniatuurwereldjes, getekend op een bord van een tattooshop.
Bedeltjes!
Buiten stond een dun dametje die me aan die van de pont deed denken: net zo klein en krachtig. Deze dame had een klein sieraad door haar neus en was in het zwart gekleed. Ze sprak me aan in het Engels en eventjes dacht ik: wegwezen.
Mijn nieuwsgierigheid naar de tekeningetjes won. Ze liet me binnen waar ik door boeken vol werelden bladerde. Niet de gangbare toeristische plaatjes: échte beelden. Raakte verstrikt tussen een planeet en twee Aramese tekens.
Abundance en Nurture
Thema’s, lieve mensen. Op dit moment stoei ik met Abundance en ik weet niet wat ik ermee moet. Of mag. Het is Engels en daar ga ik niet goed op. Taalfilosoof: het moet kloppen. Overvloed? Bij dat woord komt de ark van Noah boven. Klopt dus ook niet.
Nurture klonk fijner. Liever ook: het voelde als een koestering. Wat het ook is. Pure liefde. Precies het woord dat ik zocht. Geen overvloed, maar liefde. Dat is mijn volgorde: eerst liefde, dan de rest. Eerst heb ik te koesteren wie ik ben, voor ik kan ontvangen wat er allemaal nog meer voor me is weggelegd. Het hoeft ook niet allemaal tegelijk, behalve dan die plaatjes dan, want de planeet die nam ik ook. Ik voel me immers vaak verkeerd, op de verkeerde plek en in het verkeerde klasje.
Dat klopt nu weer
Terwijl de inkt zijn weg zocht in de lagen van mijn huid, bewoog het gesprek van de tattoo-artiest en mij zich ook in laagjes, de diepte in. Ik had haar mijn kaartje gegeven en ze vroeg wat taalfilosoof precies betekende: elk woord telt. Ze deelde mijn opvatting dat dingen een ziel hebben en ruimte dus ook. Dat alles een stem heeft. Nadat ze mijn tattoo’s had verzorgd, gaf ze me een kaartje en een linnen tasje. Met een aapje erop.
Hallo, mam
Ik vertelde het verhaal van mijn moeder en Amadeus: de speelgoedaap die ze in 1987 vond na het overlijden van mijn vader. Hoe die aap onze talking stick werd voor Moeilijke Dingen. Toen ik op het punt stond om naar buiten te lopen, noemde de tattoo artiest haar naam.
Johanna
Kippenvel op mijn rug: de naam van mijn moeder. En van mij. Johanna en ik keken elkaar aan en alle lijnen van die dag kwamen samen. Verbonden door uitwisseling via woorden en met inkt. Tatoeëren is een intieme verbintenis: de ander gaat met een naald door je huid met aandacht en precisie. Er blijft iets achter wat niet meer verdwijnt. Misschien is het wel de meest intieme daad tussen twee mensen, die elkaar nog maar net kennen.
Johanna liet iets achter in mijn huid en ik liet iets bij haar: mijn kaartje, mijn woorden en mijn wereld. We herkenden elkaar als mensen die weten dat het leven uit meer bestaat dan dat we kunnen zien.
Op de pont terug was er ook iets veranderd: ik stond er met mijn planeetje, mijn koestering en mijn belevenis, plus het gevoel dat de dag precies zo was verlopen als hij was bedoeld. Onvoorspelbaar als het leven zelf.
Pure nieuwsgierigheid
Het regisseert en forceert niks en maakt je beschikbaar voor wat zich aandient. En als je daarbij durft te blijven en daarin aanwezig bent, opent de wereld zich op de meest onwaarschijnlijke plekken en momenten. Ook als je alleen maar een vestje ging terugbrengen.





Eén reactie
Je weet, ik heb niets met tattoo. Wel met Johanna, zo heet ik ook, naar
mijn oma.