Odette Wolff
Odette Wolff

Sinds 2010 draag ik de naam Lettersmid. Ik schrijf over alles wat in mij leeft. Het liefst vind ik woorden die nog niet bestaan, waarbij ik me niet laat leiden door grammatica of spelling.

Amandelman

Vindt u het spannend, meneer?”, vraag ik, terwijl we richting het OK complex lopen.
“Best wel, maar het pilletje dat ik net heb gekregen helpt behoorlijk,” zegt hij hoopvol.
“Wij hebben dan ook goede pillen meneer,” flap ik eruit. Ik kleur tot achter mijn oren. Die overigens niet bedekt worden door mijn mondkapje.

Met een grijns zit de meneer rechtop in bed, half onder de dekens.
“Ik had ook best kunnen lopen hoor,” zegt hij vrolijk.
“Protocol meneer,” zegt de verpleegkundige. Ik knik.

“Gaat u onder narcose?”, vraag ik. Dat lijkt een rare vraag, maar als rolmaat/karduwoloog brengen wij iedereen die dat nodig heeft slechts van A naar B. Wat er verder medisch gezien met de patiënt gebeurt weten wij niet. Soms is dat lastig, wanneer een patiënt iets wil weten en volhoudt dat ik in het wit loop en het zou moeten weten. Ik vind het niet-weten wel prettig. Hoe meer je weet hoe dichterbij het allemaal komt en dat vind ik in deze fase van mijn beroepsleven nou net een beetje lastig.

Meneer antwoordt dat hij lekker onder zeil gaat. Hij wil er allemaal niets van weten en het niet zien. Ik schiet in de lach, het zou namelijk zomaar mijn antwoord kunnen zijn geweest.
“Mijn keelamandelen gaan eruit,” zegt hij.

“Dan ligt uw vriesvak thuis vast vol raketjes,” flap ik eruit.
“Klopt,” zegt de meneer. “Normaliter ben ik meer een vanille en chocolade mens, maar bolletjes ijs is nu even niet goed om te eten dus ik heb nu raketjes en festini’s.”
Het water loopt me nog net niet in de mond. Perenijsjes van festini, daar mag je me voor wakker maken.

“Als je trouwens zometeen aan iets vrolijks denkt als je in slaap gebracht wordt, schijnt het dat je ook weer vrolijk wakker wordt,” zeg ik tegen de meneer.
“Ja”, zegt hij. “Dat las ik ook ergens, maar ik kan even niks leuks verzinnen.”

“Nou,” zeg ik… “een doos raketjes als vooruitzicht met een of meer dagen Netflix..en anders onthoud je deze maar even.” Grijnzend steek ik mijn gekleurde hartengympen boven zijn bed uit.
“Geweldig,” lacht de man.

Vrolijk komen we aan op de holding. Ik haal het postoperatieve pakket uit de kast en ik zet meneer een groen operatiemutsje op. Ik vertel hem dat ik het maar een rare kleur vind, met al die blauwe mensen op de vloer en die blauwe kleedjes. Waarschijnlijk verkeerd besteld. Meneer schiet in de lach.

Enkele uren later loop ik richting de uitslaap, ik mag iemand ophalen. Ik zie dat de amandelmeneer al weer wakker is en voorzichtig smikkelt van een bakje schaafijs. Ik steek mijn hand op, trek even mijn mondmasker naar beneden en beweeg vragend mijn duim op en neer. Er verschijnt een grote duim omhoog, vergezeld van een brede lach.

Wanneer ik hem passeer, op weg met een andere patiënt die verder wakker mag gaan worden, hoor ik mijn ijseter zachtjes mompelen: “die schoenen zijn écht leuk.”

Meer blogs:

Leven in een zandkasteel

Met een schep en een emmertje staat Zola buiten. Een deel van het kozijn is vannacht ingestort, door de koude Noordwester die

Wij-water

Ja lieve mensen, hier ben ik dan! De Wij-waterengel. De wat? De wij-water-engel. Ik leg het even uit. Ik ben een onderwaterengel,

Vakkie

Hoi, hier Vakkie. De tas van Odette. Nee, ik ben geen handtas. Ook geen rugtas, trouwens, Geen boodschappentas en ook geen gymtas.

Word fan!
Loading