Anders is niet raar: het is eigen

Het is februari en ik luister naar kerstliedjes. Tijdens Kerst had ik er niks mee maar nu ik mijn baan heb opgezegd, blèr ik mee uit volle borst. Iets met dingen doen op een moment dat niet logisch is, maar dat ruimte gaf voor een eigen kerstmoment.

Ooit was ik karduwoloog. En rolmaat. In “normale” menstaal heet dat patiëntvervoerder. Ik heb er een neussie voor om dingen op mijn eigen manier in te vullen.

Niet alle collega’s vonden dat leuk. Sommigen vonden het overdreven. Alsof ik mezelf te belangrijk maakte. Bovendien vonden ze anders doen maar raar.

Na een tijdje speelde mijn bekken op: te zwaar geduwd en getrokken. In de groep waarin ik werkte hing een nare sfeer. Ik voelde me niet gewenst, niet gezien en niet van betekenis. Weggepest, als ik het bij de naam moet noemen.

Ik meldde me ziek met rugklachten. Niet helemaal want Fijnbedraad was er ook al en ik vond dat ik daarin een rol te pakken had. als ik het één kon, moest het ander ook. Ik had nog niet helemaal in de gaten dat die twee “banen” nogal uit elkaar lagen qua belasting en qua beloning en “opleven”. Kreeg gesprekken met de reingetragiejuf: herintreden was moeilijk: op de poli en bij applicatiebeheer was ik “ook al uitgevallen.” Ze wisten ook niet precies wat mijn kwaliteiten waren enne: welke diploma’s had ik eigenlijk? Het bizarre was dat elk diploma dát ik had, door hen was betaald.

Mand: te lang gebleven

Waarom? Hier kan ik alle redenen voor benoemen die Fijne Mensen mij teruggeven als ze uitvallen: zekerheden (geld, lasten), overtuigd dat ik niks anders kon, trouw blijven aan de plek waar ik achttien jaar had gewerkt.

Tot ik het dus lichamelijk ging voelen en mezelf volledig verbijsterd afvroeg: waarom wil ik ergens blijven waar ik niet gewenst ben?

De brief

Op derde Kerstdag, vijf uur ’s morgens, schreef ik mijn ontslagbrief. Begeleid door twee kerstliedjes die bleven rondzingen. Printte de brief, ondertekende met groene inkt, schreef de adressering op een envelop en stopte deze in mijn rugzak.

Het plan was om de brief daar een tijdje te laten, om te zien wat het met me zou doen. Onlogisch? Vast. Maar onderweg naar mijn werk zag ik de humor ervan in. Misschien zou ik de geschiedenis ingaan als de funny lady die een jaar lang met haar opzegbrief in haar rugzak rondliep.

Om tien over twee ’s middags verhuisde de brief uit mijn rugzak naar de zak van mijn uniformjasje. Ik dacht: “Als ik nu ergens instort met een hartstilstand, dan vinden ze die brief. Dat is best een beetje gek.”

Klopt precies: ik ben ook een beetje raar. En dat mag.

Het werd drie uur. Onrust. Ik sprong op, liep door de gang, deed de deur van het kantoor van mijn teamhoofd open. Met de brief in mijn hand.

“Ik heb hier iets en het is geen kerstkaart,” hoorde ik mezelf zeggen.

De grabbelpot

Op 2 februari 2024 nam ik afscheid. Met verschillende glazen potten waarin snoep, speelgoed en een speeltje. Meer spelen in de wereld, ook in de zorg. Wie zegt dat een afscheid serieus moet? Bovendien wist ik dat een receptie er niet in zat.

Tussen de ritjes als karduwoloog trok ik met mijn grabbelpot door het ziekenhuis. Langs alle gangen en plekken waar ik had gewerkt. En plekken waar ik níet had gewerkt. En plekken waarvan ik me had afgevraagd of ik er had willen werken.

Terwijl mijn collega’s uit de pot grabbelden, stelden ze me vragen. Waar ik het fijnst had gewerkt. Ik kon het niet vertellen – op elke plek waren leuke collega’s geweest en had ik iets geleerd. Overal is immers iets.

Welke patiënt me was bijgebleven. De dame met het roze koffertje. De man die zijn zoons van 16, 19 en 22 in coronatijd moest vertellen dat hij zou overlijden. Die we omarmden in de lift, toen het niet mocht en we desondanks het risico namen.

In feite organiseerde ik mijn eigen afscheid. Ondersteboven en achterstevoren.

Het verlangen om op een kloppende manier weg te gaan bleek sterker dan de wens om via de zijdeur te vertrekken.

Het nu

Sinds dat cadeautje is er van alles gebeurd. Ging weer spelen. Voel me elk jaar groeien en nóg vrijer worden. Ik breng Fijne Mensen thuis bij wie ze al waren voor ze dachten dat ze iemand moesten worden. Als ruimtemaker schep ik ruimte voor ondernemers die hun bedrijf op hun eigen manier willen inrichten. Als taalfilosoof laat ik hen op woorden komen waarmee ze hun werk op de plek kunnen zetten van waar het gezien en gekozen wordt.

Misschien zit jij nu ook in een treurig werkhoekje te verpieteren. Omdat je denkt dat het zo hoort of dat er niks anders voor je is weggelegd. Omdat je denkt dat jouw manier raar is.

Dat is niet zo

Dingen op je eigen manier vormgeven of doen is niet raar. Het is je geboorterecht. Ook als het onlogisch lijkt en anderen je niet begrijpen. Hoeft niet. Jij bent jij en zij niet. Dat is genoeg.

Meer lezen?

In mijn EigenWijze mail vind je elke maandagmorgen een portie eigen zinnigheid en bemoediging. Geen funnelfuik: gewoon fijn leeswerk.

Geef een reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde blogs

Nooit tegen de stroom in

Eigenlijk doe ik maar weinig tegen mijn gevoel in. In dit blog lees je wat er gebeurde toen ik toch iets tégen mijn gevoel in deed. Het had meer invloed dan ik dacht.

Lees verder »