Of: wat je kunt leren van de reiger.
Statig stapt hij door de ruimte die hij zich heeft toegeëigend. Statig, hooghartig bijna, kijkt hij vilein om zich heen of hij ergens een visje kan verschalken. De huichelaar sluipt en aan de andere kant kan hij net zo goed krijsend de lucht in schieten, als een chagrijnige filosoof.
In mijn straat maakt Achmed de dienst uit. Wij noemen hem zo, doordat zijn blik net zo dodelijk is als die van de poppenterrorist van Jeff Dunham. Tegelijkertijd hoor je hem bijna “I kill you” krijsen, wanneer hij zijn slachtoffer in het vizier heeft. Achmed gedraagt zich niet altijd als een sluipschutter: soms mist hij zijn doel. Of hij struikelt en flikkert vroegtijdig de sloot in. Boeit hem allemaal geen reet.
Zonder zich af te vragen of hij wel reiger genoeg is, slaat Achmed met een luide schreeuw zijn vleugels uit en zoekt een betere plek. Hij doet niet aan getwijfel en evalueert niet met zichzelf over de vraag wat hij zou kunnen verbeteren om meer te vangen. Achmed heeft geen criticus in zijn hoofd, die ‘m beschimpt over zijn vistechniek. Achmed verricht geen interne audit met zichzelf over de vraag of hij wel op z’n goede been stond, of dat zijn kraag misschien te luid klapperde in de wind.
Niets van dat al
Achmed reigert gewoon. Het zal hem aan zijn veren jeuken: hij doet niet aan gezellige theekransjes of netwerkjes. Hij trekt zich nergens iets van aan: Achmed schijt je onder vanaf een lantaarnpaal. Schaterend: geen probleem.
Ons Achmed hier is kampioen in één ding: reiger zijn.
En precies dáárin zit voor mij een les. Mijn perfectionisme en ongemak te laten zijn, voor wat het is. Het omarmen, ook als ‘t zaakje stinkt, jeukt of nog wat schrijnt. Wat schuurt, gaat op den duur vanzelf glimmen. Onweerstaanbaar echt.
Achmed leeft voor en daarmee is hij een uitstekende leermeester. Een praktijkbegeleider in hoe je voluit jezelf kunt zijn, zonder er een heel verhaal van te maken. Misschien voelt jouw vijver deze lente ook te nauw en te zuurstofarm. Mogelijk overweeg jij ook een ander stekkie.
Vraag van Aag:
Wat gebeurt er van binnen met je, wanneer je daaraan denkt? Voel je een juichje?
En wat weerhoudt je om je vleugels uit te slaan?



