Odette Wolff
Odette Wolff

Sinds 2010 draag ik de naam Lettersmid. Ik schrijf over alles wat in mij leeft. Het liefst vind ik woorden die nog niet bestaan, waarbij ik me niet laat leiden door grammatica of spelling.

Op rolletjes

“Zou je nu gewoon even willen meewerken met je vijfde wiel? Je sleurt nogal. Dat vindt mijn rug niet fijn,” mopper ik tegen het lege en schone ziekenhuisbed. We staan voor de lift. Drie deuren, drie kansen. Regelmatig hoor ik in gedachten de stem van een bepaalde quizmaster uit de jaren ‘80 door mijn hoofd galmen. “En Pierre… wat hebben zij vandaag gewonnen?”

Met een zachte “pling” (elke lift heeft z’n eigen geluid en soms ook z’n stilte) openen de deuren van de middelste lift.
“Stop met slingeren,” mopper ik opnieuw tegen het bed. Hij antwoordt met een nijdige klik, hetgeen betekent dat ie nu z’n vijfde wiel op de vloer plaatst. Soepel rijd ik het bed de lift in.

“Weet je wat ík niet fijn vind?”, bromt het bed. “Al die klamme handjes die steeds opnieuw aan mijn knopjes zitten. Omhoog… omlaag. Omlaag… omhoog. Bel erop. Bel eraf. Knoop in mijn snoer. Ik word er gek van. Mijn afstandsbediening die soms kwijt is. Of dat ie achter me aan sleept.”

Ik knik meelevend en ik begrijp dat het leven van een ziekenhuisbed dus niet bepaald op rolletjes verloopt.

“De ene keer ligt er iemand met vreselijk harde prikbillen bovenop op mij. Een andere keer heb ik last van een woelwater. Dan wordt er maar gedraaid en gedraaid. Tot ik er zelf misselijk van ben.”
“Nou ja, zeg ik verzachtend, “daar kunnen die mensen ook niet zoveel aan doen. Ze liggen hier nu eenmaal niet voor de lol.”

“Echt Odette, ik ben gewoon blij dat ik even de afdeling af mag,” verzucht het bed. “De opslag in. Even tukken. Ben er zó klaar mee, met al die mensen. Ook voor ons bedden was dit een zwaar jaar. Maar dat lees of hoor je dus nergens”
Opnieuw knik ik meelevend.

“Tweede verdieping,” zegt de mevrouw van wie ik vermoed dat ze ergens permanent in de lift woont. Ze klinkt elke dag hetzelfde. Niet bepaald een vrolijk typje.
“Kom op mopperkont,” spoor ik het bed aan. “Als je even meewerkt, zet ik je lekker in de opslag en dan beloof ik je minimaal een middag rust. Is dat bueno?”

Als vanzelf glijdt het bed op de plaats, naast z’n slapende broer. Ik koppel hem aan de stroom, zodat ie even goed kan opladen.

“Tot morgen kinders, slaap lekker,” zeg ik grinnikend, terwijl ik de opslag afsluit. Ik knipoog.
“Enne…handjes binnenboord en houd je papegaai boven de dekens.”

3 reacties

Reacties zijn gesloten.

Meer blogs:

Leven in een zandkasteel

Met een schep en een emmertje staat Zola buiten. Een deel van het kozijn is vannacht ingestort, door de koude Noordwester die

Wij-water

Ja lieve mensen, hier ben ik dan! De Wij-waterengel. De wat? De wij-water-engel. Ik leg het even uit. Ik ben een onderwaterengel,

Vakkie

Hoi, hier Vakkie. De tas van Odette. Nee, ik ben geen handtas. Ook geen rugtas, trouwens, Geen boodschappentas en ook geen gymtas.

Word fan!
Loading