Ik gaf me ergens voor op.
Via een formuliertje op het grote wee-wee-wee. De cursor bleef hangen op Kirgizië.
Kir-gie-zie-je.
Wie niet weg is, is gezien. Leek me prachtig. En zonnig, met een lekker stukkie land èn een ezeltje. Ik zag mezelf gelukkig zitten schrijven, aan zee.
Ik woon daar niet.
Dus als dat formuliertje ergens boven water komt, komen er inspecteurs met vingertjes die wijzen en krijgen hullie en ik trubbels.
Toch maar op “Nederland” geklikt.
In een oogwenk was ik weer thuis. Bij mijn eigen kamerplanten, die me gezapig aankeken.
Ze vroegen nog nèt niet of ik een goede reis had gehad.




