Oktober gaat over thuiskomen door verbinding te ervaren met het grote geheel. Dat de draad die jij bent in het tapijt van het universum, nodig is. Zonder jouw draad is het tapijt niet compleet, functioneert het niet.
Wanneer je niet thuis bent in je eigen binnenwereld ben je er niet. Dan ben je niet kwalitatief aanwezig op de plek waar je lichaam is. Angstige gedachten over de toekomst, beren op de weg of gepieker over wat er allemaal nog móet, kunnen dan je hoofd overnemen. Of je kijkt te ver terug in het verleden en je ziet allemaal foutjes of dingen die je bent vergeten. Wanneer je niet thuis bent in je binnenwereld ben je niet echt in het hier-en-nu.
Soms kom je thuis door weg te gaan. Dat lijkt tegenstrijdig en toch het is zo. Ver weg van huis, hier in Loulé als vrijwilliger, merk ik dat ik opnieuw mocht thuiskomen. Zonder barefoot schoenen, want die bleven thuis. Teveel gerammel in mijn rug en bekken, waardoor ik hoofd- en nekpijn kreeg. Voorlopig laat ik het voor wat het is: het is mijn missie in dit leven niet om balans te vinden maar om in beweging te zijn. Dat blijkt te lukken met spekzolen.
Ik kom thuis in mijn rommelige binnenwereld, waar de deur scheef hangt en de gordijnen ook. Waar gedachten over anders-zijn liggen, waarvan ik dacht dat ik ze was vergeten. Ze liggen als een glibberige badmat voor mijn neus als ik ze vergeet op te ruimen of af te voelen. De afgelopen dagen merkte ik het: doordat ik niet voldoende stilstond bij wat ik zelf nodig had, was ik niet in Portugal.
Ik was bezig met dingen dóen, waardoor ik vergat om me heen te kijken, naar de pracht en de schoonheid van de plek waar ik was aanbeland. Niet geaard kon ik nergens echt op aansluiten, terwijl ik mijn best deed naadloos in te voegen.

Thuiskomen betekent voor mij aanwezig blijven bij de stemmetjes in mij, die roepen dat ik niet goed genoeg ben, dat ik het verkeerd doe en dat wát ik doe niks voorstelt, omdat het te makkelijk gaat en dus niet telt. Want moeiteloos = waardeloos, zo leren we dat. Dingen móeten moeilijk zijn, je moet hard leren of werken. Je best doen. Inspanningen worden beloond.
Spelen = makkelijk en kinderachtig.
De grap is juist, dat wanneer je hard je best gaat doen om naadloos in te voegen en in te passen, niet lastig zijn en vooral doen, je in een kramp belandt. Dan ben je er maar eigenlijk ook niet. De kwaliteit van je aanwezigheid is er dan niet. Hier, op de Portugese berg en de quinta betrapte ik mezelf op moeilijkdoeneritis. Inpassen, invoegen, erbij willen horen en me diep ongelukkig voelen. Ik kan alleen mezelf zijn: ondersteboven, andersom, binnenstebuiten levend. Mijn lichtheid en speelsheid zijn wie ik ben en wat ik te brengen heb. Dat is niet hard werken, of nuttig zijn. Dat is nieuwsgierig zijn naar anderen en vragen. Hoe is het om jou hier te zijn? En in de weg lopen: welke weg is dat eigenlijk?

Door de valkuil – gedachten (breinscheten) over dat harde werken – te herkennen, te benoemen en iets anders te doen, erover schrijven in verschillende tinten inkt, geef ik die gedachten een podium, waarin ze zich even mogen voorstellen. Hallo, jij was er ook. En nu mag je weer gaan.
Tijdens het schrijven vallen de meest BRILjante gedachten in. Thuiskomen is dus vooral accepteren dat ik anders ben en daarmee dus ook anders doe en denk. Ik ben ik, en JUIST DAAROM ben ik hier op deze prachtige plek in Portugal.
Met mijn manier van buitenstebinnen leven val ik vaak buiten een groep. Soms overvalt me dat en vroeger vond ik dat verdrietig. Anno nu heb ik beter in het snotje dat juist dat “buiten” spelen mijn beste plek is. Omdat ik met perspectief ergens naar kan kijken, juist omdat er afstand is. Met mijn speelsheid breng ik evenwicht licht en donker, zwaarte en luchtigheid.
Mijn binnenwereld is heel, maar niet helemaal binnen

Ze helt een beetje naar buiten. Daar kan ik jou en anderen zien. Zo nodig ik je uit om met mij mee te spelen. Binnenstebuiten, ondersteboven, waar de wind waait en wij weer ruimte voelen om onze eigen paden te lopen.
Speel je mee?




