Ik deed een opstelling met geld: had ik er nog issues mee?
Representanten: een piepklein geldkistje, een munt van 1 eurocent met een eik op zijn rug die zichzelf heul belangrijk vond (terwijl hij officieel niet meer bestaat) en een munt van 20 eurocent met een draak op zijn buik – die zich waardevoller vond.
Ze bakkeleiden elkaar de tent uit.
Tot ze één gemeenschappelijke overeenkomst vonden: dat geldkistje was te krap. Het rolde niet lekker: de randjes voelden beklemmend. Liever wilden die muntjes de wereld in: rollen met die hap. In de wereld zijn zonder opgesloten hoeven zitten in een kistje.
Ik heb me ziek gelachen om ’t stel.
Een uurtje later schreef ik mezelf in voor een leuke zomercursus.
Hoe is dat voor jou, het hoofdstuk geld? Ligt er (nog) een lading op of mag het alle kanten op rollen? Ik ben oprecht benieuwd.




