In 2021 volgde ik internationale schrijfklassen. Online, want Corona. Tijdens één zo’n klas schreven we over een personage in een bepaalde ruimte. Vervolgens voegden we een conflict toe en mocht er nog iets met een why en een what.
Precies met die woorden: in het Engels. Taalschakelen dus. Dat gaat vanzelf, tot ik erover ga nadenken. Wanneer ik me realiseer dat het iets moet worden in die Vreemde Taal. Wat er dan gebeurt is dat de ideeënfontein doodslaat en er geen letter meer op papier komt.
Het begin
We trapten af met het verzamelen van de ingrediënten. Voor mij werd dat een oude, eenbenige zeeman die in de Amsterdamse Pontsteiger woonde, zonder lift. Naast zijn deur stond een zelfgemaakt accugestuurd skateboard voor zijn enkelstomp, zodat mijn zeeman buiten op straat vlot zijn weg kon vinden. In dat penthouse bevond zich een super-de-luxe badkamer met lichtkoepels én een bubbelbad. En daarin…. bewaarde mijn zeeman zijn dode buurman.
Dat komt zo: mijn brein had het scenario vast voorgekookt en bedacht dat de zeeman was betrapt met de vrouw van de buurman, terwijl ze naakt online bingo hadden gespeeld op een verloren regenachtige zondagmiddag.
Met de beschrijving van het hoe, wat en wie in de scene was ik gauw klaar. Andere schrijfgenoten hadden naast een algemene beschrijving ook karakteristieken verzameld: gezichtsuitdrukkingen, favoriete gerechten, kledingstukken. Vergeten! Kak. Moest dat ook? Totaal niet aan gedacht: mijn brein en ik zijn immers van de korte stukkies.
Na een A4-tje zijn wij het kwijt
Na nog wat wat’s, hoe’s en waarom’s te hebben verzameld mochten we kiezen. Optie één: schrijf een dialoog met een nieuwe ingebrachte moeilijkheid. Voor mij was dat de scène waarin de buurvrouw (aangekleed) inmiddels aan de deur stond bij mijn eenbenige zeeman, met de vraag of ze haar panty in de badkamer mocht gaan pakken.
Optie twee: beschrijf het zaakje vanuit het perspectief van de ruimte waarin het speelde. Poef! Het fikkie in mijn schrijvershart ontstak automatisch. De stem van het penthouse bulderde door mijn gehoorgang. Vol kritiek op de snollerige buurvrouw. Ergens tussendoor fluisterde het zeepje uit de badkamer dat ze wilde getuigen. Het skateboard mekkerde: het voelde zich niet gezien.
Mijn kaasie!
Het appartement van de zeeman barstte uit zijn voegen: gesprekken tussen het linoleum, het zeepje en het skatebord gaven richting. In no time stond het hele verhaal in drie delen op mijn computer. Dat is waarvoor ik ben gemaakt: dingen een stem geven.
Ik geef de krokus en de narcis een stem, als niemand ze hoort en ze ruzie maken over de hoeveelheid zon, die verdeeld moet worden. En als het gras gemaaid wordt, kan ik de sprietjes laten zingen. In C-majeur. Ik kan madeliefjes met elkaar laten walsen en met de paardenbloemen erbij. En ik kan paperclips laten grijnzen, want toevallig kunnen ze dat. Nooit gezien? Jammer, want als je het maar wíl zien, goed oplet en het vervolgens netjes opschrijft, gebeuren er kantoorwonderen en ontstaan er zelfs intens verstrengelde relaties tussen paperclips en nietjes.
Dingen die niet zelf kunnen praten, een stem geven.
Ik ging helemaal los, tot ik me realiseerde dat ik mijn verhaal misschien wel in de klas moest delen. Mijn plezier leek te verdwijnen, tot ik vanuit mijn tenen een krul voelde die zich om mijn mondhoeken nestelde.
Het maakte niet uit. Ik had zoveel lol gehad dat het publiek er niet voor kon zorgen of ik er wel of niets me ging doen. Dat was nooit het doel geweest. Ik weet waar mijn zeeman woont, ik hoef hem maar op te roepen. Indien nodig kan ik het penthouse minstens nog een hoofdstuk laten bulderen en de zon op zijn witgepleisterde muren laten vlammen, zodat zijn betonnen hartje verwarmd wordt.
En zo niet, dan is er nog dat zeepje. Liggend op de rand van de wastafel. You bet dat ze weet wat er met de buurman is gebeurd. Ook zeepjes kunnen praten, als je het maar probeert. Ze schrijven zelfs gedichten.
I’m the soap soft shivers moving the shower curtain falling waterdrops sounds of a human body salty rose bubbles landing in the sink
Soapy
Pas later begreep ik dat dit geen mislukt schrijfexperiment was maar een aanwijzing. Dat wat vanzelf ontstaat, waar ik lol in heb en waar ik geen woorden voor probeer te vinden die ‘horen’, vaak precies dát is waar mijn goud zit. Ook als ik het zelf nog niet zo kan zien of benoemen.
Ik schreef dit blog op 4 mei 2021 en werkte het bij op 24 januari 2026
Meer lezen?
In mijn EigenWijze mail vind je elke maandagmorgen een portie eigen zinnigheid en bemoediging. Geen funnelfuik: gewoon fijn leeswerk.
Odette
Ha, hier Odette.
Ik ben ruimtemaker met plezier als bron. Ik speel je terug naar wie je als was.
Ik heb lang gedacht dat ik als ondernemer elke klant moest helpen die me aanklopte. Tot een afwijzing me liet inzien, dat het niet hoefde. Sindsdien werk ik alleen nog met Fijne Mensen: pioniers met een kriebel in hun neus die nieuwsgierig zijn naar wat mogelijk is. Geen toeristen die een poffertje komen proeven. In dit blog lees je hoe ik dat onderscheid maak en waarom.