“Ja nee, nou, een beetje niksen,” zeg ik, wanneer iemand vraagt wat ik ga doen nu ik niet meer in het ziekenhuis werk.
Februari 2024: ik zit met zeven vriendinnen aan tafel. Bijna allemaal werk(t)en we in de zorg of iets wat erop lijkt. Twee zijn startend ondernemer. Op het moment dat ik het woord niksen uitspreek, voel ik iets in mezelf veranderen. Een kleine verschuiving tussen mijn middenrif en mijn buik. Wat een licht vlindertje was, verandert in een hoekig geel vierkantje. Het puft. Er komt warme stoom uit zijn naden.
“Hoezo niks? Je hebt toch een bedrijf?” zegt iemand. “Dat ís niet niks.”
Het vierkantje in mijn borst rolt zich weer op. De vlinder in mijn buik spreidt voorzichtig haar vleugels.
“Ja…,” zeg ik. “Maar het stelt allemaal nog niet zoveel voor. Het is niet dat ik financieel écht bijdraag.”
En hup, daar komt-ie. Het vierkantje duwt het vlindertje opzij, maakt zich groot, stuwt een brok omhoog naar mijn keel.
Annie (mijn criticus) trekt de zak chips open
Wat volgt, is een symposium. In mijn hoofd. Met panelgesprekken, TED-X en applausjes tussendoor.
Stemmen die zich om de beurt melden, en stuk voor stuk gelijk lijken te hebben. Vertrekken langs de artiesteningang.
“Het is toch ook klein, dat bedrijfje van jou?”
“Het is een bedrijf. Punt.”
“Met prutsen bouw je. Echt.”
“Maar niet genoeg om de rekeningen van te betalen.”
“Weet je nog wat er begin dit jaar allemaal aan je deur klopte?”
“Stel dat je wel die ruimte in Noord vindt?”
“Die lavacake was hemels. Zou kaas erop kunnen werken?”
“Joe, Odette?” zegt iemand aan tafel. “Ben je er nog?”
Mijn vriendinnen kijken me grijnzend aan. Ze kennen me langer dan vandaag. Ik was effe weg.
“Je doet niet niks,” zegt een van hen. “Voor het eerst sinds tijden doe je iets waarbij je niet wordt afgeleid door de aanwijzingen van anderen. Dat ziekenhuis was prima, maar er zat een waasje tussen. Een scherm. Dat is weg en dus sta jij er nu vóór. In het volle zicht.”
Ik voel iets smelten. Geen lavacake of toetje, maar iets in mijn buik begint te gloeien. Een andere vriendin zegt: “Als jij over je bedrijf vertelt, gebeurt er iets. Je licht op. Je vonkt. Wij zien het gebeuren. Probeer gewoon iets en werk er een tijdje mee. Werkt dat niet? Dan weet je dat ook. Je hebt ruimte.”
POEF.
De draak in mijn buik ontsteekt de Olympische vlam in mijn buik.
Vraag-van-Aag
Wat gebeurt er in jou als iemand je herinnert aan je eigen vuurtje?




