Ik kreeg een woord cadeau: identiteit.
Ogenblikkelijk begonnen mijn gedachten te buitelen als lammetjes in de wei. Er vielen kwartjes, en ineens zag ik helder: dáár ga ik over. Dáár ben ik van.
Taal hebben en tóch niet begrepen worden.
Iets voelen en er geen taal voor hebben.
Voelen dat wat je zegt, denkt en voelt nergens landt, of de verkeerde kant op schiet. Omdat je niet begrepen wordt in een wereld die jouw taal niet snapt.
Soms schiet er iets in mij los. Niet uit twijfel of doordat ik iets verkeerd deed maar omdat er dan iets wezenlijks schuurt. Dan wil ik voelen wat er nou écht gebeurt. Dan vraag ik mezelf het volgende: was dit nou een gevoel, een egokwestie of ben ik mezelf ergens onderweg kwijtgeraakt?
Of… was ik daar – halverwege, of ergens lummelend in een dof bochtje – gewoon heel erg mezelf aan het vermaken?
Niet aan het gras trekken
Waarom zou je een doel móeten nastreven als de richting op zich al prettig voelt? Iets waarin je als mens mag vertoeven, om er te zijn? Moet het écht iets worden? Is het niet fijner, leerzamer en misschien zelfs wel productiever om eerst te zijn met wat er (nog) niet is en van daaruit iets te kneden? Wat als je niet aan het gras trekt maar het omhoog kijkt en het laat ontstaan, omdat het er al was?
De beste vragen hóeven geen antwoord
omdat dát nooit de bestemming is.
Weet je nog hoe het voelde, als kind? Toen je zand met water mengde en in opperste verrukking ontdekte dat het zich niet liet vermengen? En je net zo verwonderd ontdekte dat het gewoon weer uit elkaar viel? Dat speelse geknoei waarin iets mocht ontstaan zonder doel?
Als volwassene slaan we het prutsproces over. De magie van prutsen. En daardoor missen we de verwondering, de euforie, die intense innerlijke blijdschap die opkomt wanneer we in onze tenen voelen dat er iets groots te gebeuren staat, terwijl we prutsen en geen idee hebben wat het precies wordt.
Als je hoofd ertussen komt
Kun jij je een moment voor de geest halen waarop je dacht dat je hart uit je ribbenkast zou rammelen van geluk terwijl je maar wat aanklooide? Toen je bijvoorbeeld dacht dat je een klaproos haakte en het een margrietje werd? Kíkt nou togges: dat had je toch maar even mooi gemaakt.
Even later twijfelde je: wat was het nou precies? Wat kun je ermee? Hoe noem je het?
De euforie die je voelde verdween als shampoo in het doucheputje.
Hier kon je toch niet mee aankomen?
De euforie van prutsen ligt in het moment vóórdat je hoofd invult wat het moet worden.
Een bord vol prutsplezier
Laatst kookte ik voor mijn kinderen. Nou ja, koken…Na eindeloos fileleed kwam ik uitgeput thuis. De kookplannen konden wat mij betreft de prullenbak in. Ergens begon ik maar gewoon. Gedachteloos gooide ik sperziebonen in een pan met wat kruiden. Braadde wat uitjes, een paprika en wat champignons. Gooide er wat crème fraîche doorheen. Het kookproces voltooide zich in gedachteloze etappes, terwijl ik stofzuigde en ook nog een podcast luisterde. Ik was er helemaal niet bij, met mijn hoofd.
Na een stief halfuurtje stond er een streepjesgerecht op tafel. Penne met sperziebonen. Mijn hart rammelde van plezier. Later op de avond sloeg de twijfel toe.
Wat had ik nou weer voor iets raars gedaan? Zonder aandacht? Liefdeloos?
Na een nachtje slapen wist ik beter: ik had gespeeld. Niks liefdeloos: levendig. De euforie van prutsen ligt in het moment vóór je hoofd gaat bepalen wat iets moet zijn. Daarin ligt de bron van al je gedoe.
Vraag-van-Aag
Kun jij een moment herinneren waarop je hart uit je kast rammelde van geluk, simpelweg omdat je aan het klooien was? Schrijf het op. En bewaar het als een persoonlijk vergeet-je-nietje.






2 reacties
Ik weet niet of je mijn ‘klooiwerk’ hebt gezien. Een deel is gemaakt nadat meneer F. overleed en toen wilde creativiteit maar niet op gang komen, maar uiteindelijk kwam er toch weer iets uit mijn handen en wat is ik daar blij mee. Helemaal leuk dat de ontvangers er ook blij van werden.
Lieve Ferrara, het is volkomen logisch dat je creativiteit na zo’n ingrijpende gebeurtenis niet meteen op gang komt. Ik geniet van je schrijven, al reageer ik niet altijd. Jouw blog vind ik een broedplaats van beelden, woorden en gedachten. En nu vul ik het al weer in als een broedplaats: misschien is het wel iets anders. Zo makkelijk vullen we dingen in. 😉