Los

Een nazomerse dag. Een gouden streep van de late namiddagzon schijnt naar binnen. Ze verspreidt een Zwanenmeer van stofdeeltjes, elk met een eigen uitvoering. Binnen is het behaaglijk, maak ik thee van gember en schijfjes sinaasappel. Ik voed mijn Yin, ter voorbereiding op de komende winter. 

Het keukenraam kijkt uit op de tuin. De herfst is in volle bloei, getuige de kleurenexplosie. Seizoen kleuren als goudgeel, goudbruin en dieprood wisselen elkaar af met hier en daar een laatste restje groen. Ook de grond is inmiddels bontgekleurd door afgevallen blaadjes, naaldjes en grote takken. Zachtjes wiegen de knotwilgen boven de sloot, op het ritme van de herfstwind, die door de kachelpijp buldert. In het gras liggen schadegevallen van de storm die gisteravond de hazelnootboom teisterde. Tot mijn schrik is ze nagenoeg kaal gewaaid.

Helemaal achterin de tuin, staat de krentenboom, de levensboom uit mijn tuin, zielig en hangerig te zijn. Vorige week waren haar blaadjes nog rood, gemengd met wat tinten  kopergoud, na vannacht heeft ze nagenoeg alleen haar dunne takken nog over om mee te zwaaien. Hoewel ik het kleurenspel van de herfst prachtig vind, betreur ik het verlies van het botanische leven.

Diep van binnen weet ik dat dat niet zo is. De natuur weet als geen ander hoe ze omgaat met de cirkel van het leven. Herfst betekent los mogen laten, een beetje afsterven en naar binnen keren zodat er stilte en ruimte ontstaat, waarin iets nieuws mag groeien. Voor mij is het ook tijd geworden om los te laten. Ik mag afscheid nemen van zaken en patronen die me niet meer dienen, die mij zwaarmoedig en niet mezelf maken.

De komende periode ga ik mijn glimlach herontdekken. Nee, ik ben of was niet depressief. Maar te lang liep ik in de schoenen van iemand anders, bewandelde ik het pad dat het mijne niet (meer) was.  En net als de bomen laat ik daarom alles wat me niet meer dient, wat me niet voedt, me geen vreugde geeft, los. Stap voor stap, handje voor handje. In de wetenschap dat ook ik naar binnen mag keren, zaadjes mag planten voor iets nieuws.

Snoeien

Nu de zomer is geëindigd lijkt een van de vier phloxen in mijn voortuin het op te geven. Een beetje dor en bruin hangt ze er maar een beetje bij. Na drie dagen aankijken besluit ik dat het zo niet langer kan. Ik moet iets doen, ingrijpen in de natuur.

Eigenlijk vind ik mezelf best een dappere snoeier. Met hortensia’s kan ik heel rigoreus zijn en de boel tot op de grond toe terugsnoeien wanneer ik constateer dat groei en bloei achterblijven, tegen mijn verwachting in.

Dan controleer en tel ik de knoppen aan de struik en vervolgens knip ik de hortensia in een kort kapsel zoals een volleerd snoeistyliste. Een tijdje later kan ik intens genieten van mijn werk in de zin van de volle knoppenpracht die zich aan mij toont.

Een phlox is echter geen hortensia. Ik liep dus maar ouderwets wat te dralen om actie uit te stellen. Vanmiddag besloot ik dat uitstel geen zin meer had. Gewapend met mijn snoeischaar begaf ik me naar de halfdode phlox.

Tijdens het knippen ontvouwt zich iets wat bijna altijd opkomt bij een schoonmaak- of opruimproces: een verdwaalde zucht en zachte snik ontsnappen uit mijn keel. Direct erna krijg ik lucht. Voor mij is dat een teken: loslaten geeft ruimte. Zo ook in de voortuin.

Tot mijn vreugde ontdek ik, dat de jeneverbes niet is bezweken onder het gewicht van de zware takken van de phlox. Wanneer ik hier en daar wat dorre takjes wegveeg en de aarde omwoel komt ze als nieuw tevoren. Ook zij lijkt opgelucht te ademen.

Snoeien is een beetje als het leven zelf. Als iets niet meer goed voelt, of niet meer bij je past, dan mag je het wegdoen. Afkappen, afknippen. Loslaten, in welke vorm dan ook. Zodat er ruimte en aandacht ontstaat voor alles wat overblijft. Zodat het licht erover kan schijnen.

Terwijl ik zachtjes verder knip en mijmer, begrijp ik dat de tijd is aangebroken om ook buiten mijn voortuin te gaan snoeien. Verschillende delen uit mijn leven vragen al een tijdje om wat meer licht, aandacht en ruimte.

Weet ik voldoende over het te ontginnen gebied? Is de tijd al aangebroken om het oude af te kappen? Doodeng vind ik het. Wanneer weet je zulks?

Misschien hoeft het ook niet zo rigoureus als met de hortensia’s. Misschien kan ik – net als met de phlox – gewoon klein beginnen.

Mezelf de tijd gunnen om af en toe even achteruit te stappen om het resultaat te bekijken en de ontstane ruimte te bevoelen.