Waarom je overal mee kunt spelen

We zijn weer thuis, kindlief en ik. Vijf dagen zwierven we samen door Barcelona, Taragona en Sitges. We beleefden avonturen en dat kwam voornamelijk doordat we de ruimte namen om werkelijk met alles wat voorbijkwam, te spelen.

Toen ik me in die week – ondanks een voornemen om niet in die parentele valkuil te trappen – tóch als moeder ging gedragen, werd ik uitgedaagd door mijn zoon om dat niet te doen.

We gingen spelen en we begonnen ermee in de trein op weg naar Calafell, ons logement. Dat ligt 80 km onder Barcelona. Het spoor loopt langs de zee en langs stranden, je kunt je ogen werkelijk helemaal uitkijken. Dit jaar waren er spoorwerkzaamheden, tussen Gáva en Villanova y la Geltrui en dat betekent vertragingen en uitvallen van treinen. Sin informaciòn. Mas y meno, je weet het niet.

Waar we in Nederland teveel vertellen en dat ook nog eindeloos herhalen doet men dat in Spanje/Catalonië niet. Soms hangt er een papiertje of klinkt er een stem over het perron. De reiziger trekt zijn schouders op, verrekt geen enkele gezichtsspier, stapt in de trein en wacht rustig.

We deden tweeënhalf uur over een reis waar je normaal gesproken vijftig minuten over doet. Was het vervelend? Geenszins. Ik was met het liefste kind. We speelden met tongbrekers en publiek: onze medereizigers deden mee in het Nederlands én in het Spaans. Zo hakkelden we met katten die krullen van de trap krabten en we struikelden over quieres die quero que quieros deden. Schateren.

We kregen geschiedenisles van een meneer met een rode neus van de sangria, die een tijdje in Amsterdam had gewoond. Even later bedankte hij ons voor de fijne reis die hij had gehad. Hij verontschuldigde zich voor zijn zweterige voorkomen. Hij had zich verbaasd dat we bij hem gingen zitten want meestal werd hij genegeerd in de trein. Daardoor was hij een beetje bang geworden. Hij had een fijne reis met ons gehad, vertelde hij.

Een andere deelnemer aan onze taalquiz was een Fransman, uit Perpignan (Frans-Catalonië). Hij stapte twee haltes voor ons uit en wenste ons een heerlijke vakantie. Het ging wel lukken volgens hem. We deelden die mening.

Een paar dagen later zaten we in een tapasbar in Sitges waar we dikke pret beleerfden om de broodjes, die daar als gebakjes worden opgemaakt. Echt: je weet niet wat je meemaakt. Er waren sneetjes stokbrood met kipnuggets, met gebakken stukjes chorizoworst én kaas, broodjes met kleine inktvisjes erop of sardientjes mét marmalada on top en… er waren broodjes banaan met spek (oeh!).

We aten ’s avonds laat nog pizza en tijdens het bestellen wilden we weten hoe Spongebob in het Spaans heet. Gewoon vragen is de snelste manier, ontdekte ik via dat lieve kind van mij. Waar ik nog wat weerstand en gène ervaarde om dat te vragen, vroeg hij het gewoon.
Spongebob heet dus Bob Esponja, nu weet jij het ook.
De pizza mevrouw speelde vervolgens het spelletje mee en zong vervolgens een stukje uit de serie voor ons. In het Spaans. Daar smaakte die pizza veul lekkerder van, echt!

Op het vliegveld vermaakten we ons het meest. We rolden met het bagagekarretje alle kanten uit én we maakten een podcast – die we niet uitzonden- met in de hoofdrol elk voorwerp wat je maar op een vliegveld kunt ontmoeten. Hello goodbye, met verschillende stemmetjes.

Zo was er het verdrietige kofferwieltje wat niet mocht meedraaien. Ze waren een vierling, altijd met zijn viertjes en bij het lopen op de band werden er maar twee wieltjes gebruikt. Heel zielig. Er was een papieren vliegticket, dat juichend tevoorschijn kwam want eindelijk mocht ie over de scanner. Hij vroeg zich af of dat zeer aan zijn oogjes zou doen. Of ie een zonnebril op moest zetten.

Een paspoort sprak zijn zorgen uit, dat ie bij lange na niet meer lijkt op zijn eigenaar. En dat ie dat zielig vond voor de eigenaar: hij zo mooi en zijn eigenaar zo oud. Hoe dat moest, bij de controle.

Er ontstond een speelse dialoog met het hoedje van een KLM stewardess, die ook zo graag Barcelona in had gewild maar die helaas alleen op haar hotelkamer had moeten blijven. Het hoedje had vervolgens de minibar geplunderd.

Echt lief mens: het is zo heerlijk om te spelen met wat het leven je geeft. Ook als dat wachttijd is. Op die manier vlogen die 3 uur op de luchthaven in een oogwenk voorbij en was het bijna jammer toen we aan boord mochten van ons eigen vliegtuig.

Waarmee speel jij het liefst? Laat je het weten? Je krijgt altijd antwoord.

Twee spelende familiemensjes

Deze post delen?

Andere blogs

Dát kan toch niet?

Stel je voor dat je zou ontdekken dat je al goed bent, zoals je bent. Dat je leven bedoeld is om vrijuit te leven, je

Lees verder »

Wie kan sturen…..

Wanneer jij je verbindt met een waarde, kun je beter sturen in de richting van de JA en blijf je weg van de dingen die je niet meer wilt

Lees verder »